Hall of Awesomeness

Media, marketing, communicatie, fun

Tijdens het eerste college van Crossmedia ligt de nadruk op de vraag “Wat is crossmedia?”. Het antwoord op die vraag is niet zo makkelijk te geven. Hangt ook erg af van aan wie je het vraagt; een Nerd kijkt anders tegen crossmedia aan dan een Marketeer. Die eerste legt vaak meteen een link  met de infrastructuur achter een format (ik zal je de bouwtekeningen van Uitzendinggemist besparen), terwijl de marketeer veelal begint te mijmeren over zaken als conversieattributie. Indira Reynaert en Daphne Dijkerman, schrijfsters van het “Basisboek Crossmedia Concepting“, dat we hebben voorgeschreven voor het vak, geven de volgende definitie van Crossmedia:

basisboek crossmedia concepting

“Er is sprake van crossmedia als er ten behoeve van een communicatiedoelstelling een kruisbestuiving bestaat van verschillende media zoals theater, film, televisie, radio, de bladen, het internet, games, mobiele apparaten en live-evenementen. 
De verschillende media communiceren hierbij mediumspecifieke betekenissen die deel uitmaken van een synergetisch geheel: via een verhaal wordt er een bepaalde boodschap over de media uitgedragen, waarbij rekening wordt gehouden met de kwaliteiten en eigenaardigheden van de verschillende media, de participerende houding en het mediagebruik van de consument.”

 

Een voorbeeld: De Lama’s

Omdat de meeste studenten die geconfronteerd worden met bovenstaande twee zinnen nogal glazig uit hun ogen beginnen te kijken, geef ik de volgende uitleg:lama bordspel
Als je een crossmediaal project start, heb je, als het goed is, een communicatiedoelstelling. Je wilt mensen ergens over informeren (kennis), ze op een bepaalde manier tegen zaken aan laten kijken (houding) en/of ze iets laten doen (gedrag). Om deze doelstellingen te realiseren, zet je verschillende media in. Zo hadden de Lama’s  hun eigen TV-programma, en kon je na afloop hiervan op internet nog een aantal extra scènes bekijken. De echte fans scoorden natuurlijk ook nog Het Beste van de Lama’s op DVD  en de hard-core ambassadeurs van het programma lagen dagen in de rij voor kaartjes van de Lama theatertournee. En was je er van overtuigd dat jij een betere impressie van Maxima die vreemdgaat kon geven dan Ruben van der Meer, gaf BNN je de mogelijkheid om Lama-sketches na te spelen met het Lama Bordspel.

Ieder medium communiceert in dit voorbeeld zijn eigen verhaal, heeft zijn eigen rol in de overkoepelende Lama-beleving. Je kon natuurlijk prima naar de Lama’s op TV kijken, zonder dat je de theatertournee bezocht. En de DVD’s waren ook grappig als je nog nooit van het bordspel had gehoord. Maar wilde je echt de ultieme Lama-beleving ervaren, maakte je gebruik van al die verschillende uitingen. Pas dan had je te maken met een “synergetisch geheel”, waarbij alle media optimaal op elkaar inhaken.

Bij crossmediale concepten houd je als mediamaker rekening met de voor- en nadelen van ieder medium (de kwaliteiten en eigenaardigheden). Zo heb je met TV een lekker visueel medium te pakken, met een enorm (potentieel) bereik. Maar als de zendermanager bepaalt dat de Lama’s worden uitgezonden terwijl jij als kijker op dat moment liever een potje gaat kantklossen, heb je een probleem. Het theater biedt mensen een enorme experience, maar als het doek valt is de show voorbij. Weg. Foetsie. Internet is interactief. On demand. Mobiel. Maar wil je echt vernieuwende dingen doen, heb je toch echt wel (iemand met) een stevige portie kennis van HTML, XML, Javascript, Flash, PHP etc. nodig (of je moet autodicatisch aan de slag gaan bij The Code Academy).

Met de “participerende houding van consumenten” wordt bedoeld dat je er als mediamaker goed aan doet om rekening met het feit dat (een deel van) je kijkers invloed uit willen oefenen op je programma. Vandaar dat we bij de Lama’s de mensen thuis de mogelijkheid gaven om zelf een suggestie te doen voor een moordwapen. En wilde de kijker graag zien hoe de Lama’s Bonnie St. Claire bij de glasbak nadeden, konden ze dat ook via de site laten weten.

Tot slot is er het veranderde mediagedrag van de consument. Rond 19.45 uur raakt mijn tijdlijn op Twitter overspoeld met mensen die reageren op DWDD. Mijn Zoon Boris (6) kijkt Cartoon Network terwijl hij op zijn iPad kastelen bouwt in Minecraft. Ikzelf download de ene serie na de andere, omdat ik geen zin heb om te wachten totdat “iemand” de serie aankoopt voor de NPO, of in de 28 reclameblokken die de commerciëlen in een serie weten te proppen. De tijd dat we met 7 miljoen mensen (en natte haartjes in onze nek) tegelijk naar Henny Huisman’s Soundmixshow zaten te kijken, ligt echt achter ons.

 

Gary Hayes: vier niveau’s

Als je aan Gary Hayes, product development manager bij het Australische ABC en schrijver van talloze artikelen over de kracht van televisie gecombineerd met televisie, vraagt wat crossmedia is, krijg je vier antwoorden. Hij beschrijft op zijn weblog de volgende niveau’s van Crossmedia:

1. Pushed
Pushed crossmedia is niet zo spannend. Je herplaatst content van het ene medium op een ander platform. Denk bijvoorbeekd aan Uitzendinggemist.nl. Op deze website zie je programma’s terug, precies zoals ze op TV zijn uitgezonden (tenzij er iets mis gaat, en je het opbouwen van het decor van Nieuwsuur ziet ipv Animal Crackers). Aan de inhoud van het programma verandert verder niks. Maar ook het aanbieden van Podcasts is een voorbeeld van Pushed. Abonneer je op de podcasts van Coen en Sander, en je krijgt iedere dag de radio-uitzendingen op je iPod, precies zoals ze op de radio zijn uitgezonden. hetzelfde zie je bijvoorbeeld bij de NOS: een nieuwsbericht wordt op de website geplaatst en wordt meteen doorgezet naar Teletekst. De nieuwslezer op Radio 1 leest het bericht voor, net als de presentator van het Achtuurjournaal. Het bericht blijft hetzelfde.

2. Extra’s
Het extra materiaal van de Lama’s scharen we onder deze categorie. De opnames duurden over het algemeen zo’n 1,5 uur en daar werden ongeveer 40 minuten van uitgezonden op TV. Er bleef dus veel materiaal over. Daarvan was niet alles bruikbaar (sorry als ik jullie droom nu kapot trap, maar de Lama’s waren niet altijd grappig en sloegen de plank soms behoorlijk mis) maar iedere week bleef er toch wel een minuut of 20 aan uitstekende grappen liggen. Grappen die voorheen werden weggegooid, maar die nu een plek vonden op het web. Andere voorbeelden van extra’s: Bloopers, making ofs, commentaar van de regisseur, backstage foto’s. Collega Erwin Blom (VPRO) noemde dit ook wel Laaghangend Fruit: materiaal dat al voorhanden is, of voor zeer weinig geld kan worden geproduceerd.

3. Bridge
De categorie Bridge zie je terug als je op bijvoorbeeld TV een deel van een verhaal ziet, en je vervolgens naar het internet wordt verwezen voor de afloop. Iets concreter. Beeld je even de volgende setting in: Boer Hans zit aan de keukentafel met twee potentiële boerinnen (Ja, ik heb het over Boer zoekt Vrouw, waarvoor excuses). Hans heeft zelf tomatensoep gemaakt, en het ziet er naar uit dat deze niet echt in de smaak valt bij de dames. Sterker nog: ze moeten enorm hun best doen om het soepje binnen te houden. Na een van de vele pijnlijke stiltes hoor je een voice-over: “Wilt u ook weten of de maaginhoud van Karin goed kleurt bij het hoogpolige tapijt van Hans, ga dan nu naar de website”. Je moet dus achter je computer gaan zitten om te zien hoe deze scène afloopt.

4. Experiences (Transmedia)
Bij Experiences draait het om het overbrengen van een ervaring op je gebruikers. Het is de Heilge Graal voor veel crossmediale programmamakers. De IQ-test van BNN is hiervan een goed voorbeeld. Met behulp van een second screen-module tover je je smartphone of tablet om tot stemkastje, waarmee je antwoord kunt geven op de vragen die Patrick Lodiers stelt. Je moet het programma op TV zien om de filmpjes, afbeeldingen en antwoorden mee te krijgen, en daarna geef je antwoord met je stemkastje, net zoals de kandidaten op de tribunes en de BN’ers in de gele stoelen. Op deze manier word je echt onderdeel van het programma: jouw IQ wordt meegenomen in de berekening van het gemiddelde van Nederland. De antwoorden op de vragen die je kreeg voorafgaand aan de test komen terug aan het einde van de show, als Patrick meedeelt dat fans van Queen slimmer zijn dan de liefhebbers van Justin Bieber.

Een ander mooi voorbeeld van Experiences is het onvolprezen programma Flashback, dat BNN in 2011 uitzond (maar waar helaas maar 10 mensen naar keken). Check de promo:

Wij wilden de ervaring van de kandidaten overbengen op de mensen thuis. Daarbij gingen we op voorhand uit dat deze ervaring vooral draaide om de fysieke opdrachten, maar na een aantal gesprekken met de kandidaten bleek dat juist het mentale aspect veel heftiger was. Het paranoïde gevoel dat je constant op alles moet letten, omdat je overal een vraag over kon krijgen, dat was wat de kandidaten het meeste was bijgebleven. Dit bracht ons op het idee om wederom een second screen applicatie te ontwikkelen, waarmee de kijker thuis op willekeurige momenten een vraag voor hun neus konden krijgen. “Hoe hard reed de auto met Patrick erin van de berg af?”, “Hoeveel keer viel kandidaat X van haar fiets voordat ze de finish bereikte?”. Dat werk.

Door middel van oproepjes tijdens het programma probeerden we de kijker thuis over te halen om mee te doen. Het weggeven van een nieuwe iPad 2 werkte overigens ook wel mee.

Tot zover les 1. Heb je vragen, vind je dat er helegaar niks van klopt of wil je gewoon een foto van Keira Knightley met me delen? Drop een regel in de comments!

Share Button
Categories: Colleges, Home

Leave a Reply